5 tips voor oma’s en opa’s die oppassen

oma oma's en opa's die oppassen

Bijna zestig procent van de opa’s en oma’s past geregeld op de kleinkinderen. Een vaste oppasdag is heel gewoon. Wat draag je als grootouders bij aan de opvoeding? En wat doe je als je het niet helemaal eens bent met de regels die de kinderen stellen? Ingeborg Dijkstra is zelfstandig pedagoog bij Stepping Stones Coaching en geeft tips voor oma’s en opa’s die oppassen.

Lees ook:
De voors en tegens van een vaste oppasdag

Tips voor oma’s en opa’s die oppassen

kind opa's en oma's die oppassen

1. Doe waar jij je goed bij voelt

“In mijn praktijk hoor ik dat meegaan in de regels van de eigen kinderen stress en spanning oplevert bij de grootouders. Ze vragen zich af of ze mede-opvoeder zijn en of ze zelf hun regels mogen bepalen? Dat ligt ook aan de plek waar je oppast. In jouw huis gelden jouw regels. Maar waar je ook oppast: pak je eigen rol. Doe waar jij je goed bij voelt. In zekere zin ben je als opa en oma op zo’n oppasdag ook opvoeder. En opvoeden moet je doen op de manier die bij je past.”

2. Creëer tradities met de kleinkinderen

Een vaste oppasdag is natuurlijk ideaal om eigen tradities te creëren met je kleinkind. Denk daarin vooral niet te groots. Ik zie dat veel grootouders teruggrijpen op tradities uit hun eigen tijd. Eindeloos voorlezen uit een kinderklassieker bijvoorbeeld. Ook van een uurtje op de kinderboerderij of samen de eendjes voeren, geniet je met elkaar. Er zijn genoeg onderzoeken die laten zien dat kleinkinderen hun opa’s en oma’s de leukste oppassers vinden. Andersom kun je van je kleinkinderen ook heel wat opsteken, zeker als ze wat ouder worden en jou maar al te graag laten online wegwijs maken.”

oma's en opa's die oppassen

3. Maak strubbelingen bespreekbaar

De meeste grootouders wachten heel lang met het op tafel gooien van problemen of irritaties. Ze bijten liever hun tong af dan dat ze een gesprek aangaan. Om de lieve vrede te bewaren, houden ze hun mond. Om de relatie met de kinderen en de kleinkinderen goed te houden, slikken grootouders heel wat woorden in. Maar toch is het belangrijk strubbelingen meteen bespreekbaar te maken, daar is uiteindelijk iedereen bij gebaat.”

4. Kies het juiste moment

Een goed gesprek voer je niet aan het einde van de dag, bij de overdracht van de kinderen. Dan is iedereen gehaast en moe. De truc is het juiste moment te bepalen. Bijvoorbeeld in het weekend, in alle rust met een kopje koffie. Ga niet in de aanval en wees niet belerend. En roep al helemaal niet dat het in jouw tijd allemaal beter was. Benoem wat jij signaleert. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat de kinderen best lang op een scherm mogen. De laatste tijd merk ik dat ze meer knijpen met de ogen en klagen over hoofdpijn. Herken je dat? Hoe lossen jullie dat op?’ Houd het gesprek bij jezelf en zo open mogelijk. Desnoods met licht gespeelde nieuwsgierigheid.”

handen oma's en opa's die oppassen

5. Geef aan wanneer je wilt stoppen

“Te veel kleinkinderen, te vermoeiend, te druk of meer behoefte aan het indelen van je eigen tijd? Welke reden je ook hebt, als je wilt stoppen met oppassen moet je dat ook bespreekbaar maken met je kinderen. Voel je nooit verplicht om te blijven oppassen, ook al is het zo makkelijk voor je dochter en scheelt het enorm in de kosten. De kleinkinderen – om wie het tenslotte gaat – hebben niets aan een opa en oma die elke week met tegenzin komen opdraven. Duidelijkheid is het beste, voor jezelf, je kinderen en de kleinkinderen. Als je niet meer structureel oppast, kun je dat nog steeds incidenteel doen. Want opa’s en oma’s zijn van onschatbare waarde in het leven van kleinkinderen.” 

Lees ook:
Oppasoma? Aan me hoela