11x de leukste Nederlandse dialectwoorden

Nederlandse dialectwoorden

Nederland; een piepklein landje, maar flink doorontwikkeld wat betreft ‘taal’. Naast onze (noodgedwongen) talenknobbel voor uitheemse talen, telt de Nederlandse taal alleen al meer dan honderd soorten streektaal, ofwel dialect. Vijftien kilometer verderop kunnen bepaalde woorden al heel anders worden uitgesproken. Dat is de charme van Nederland. We zetten de leukste Nederlandse dialectwoorden voor je op een rijtje, zodat je goed beslagen ten ijs komt als je er een dagje op uit trekt.

Nederlandse dialectwoorden

Nederlandse dialectwoorden

1. Skottelslet

Nee hoor, het heeft niks te maken met een oneerbiedige benaming voor een losbandige vrouw. Sterker nog, in Brabant is het een voorwerp dat iedereen bijna dagelijks gebruikt: een vaatdoek.

2. Huulbaessem 

In het omliggend gebied van Groesbeek (vlakbij Nijmegen) worden de Groesbekers ook wel ‘baessembinders’ genoemd, omdat mensen vroeger van takken in het bos bezems maakten. Daar kwam een eind aan toen er een elektrische fabrieksbezem op de markt kwam: de huulbaessem, oftewel de stofzuiger.

3. Lamaketalanka

Zeeuwen zijn koning in het aan elkaar plakken van woorden tot een onverstaanbare brei. Een beetje alsof het plotseling vloed wordt. ‘Lamaketalanka’ klinkt meer als een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee, maar eigenlijk wil een Zeeuw er gewoon mee zeggen: ‘Laat maar, ik heb het allang.’

4. Sjöddeköl

Zit je op een terras in Maastricht en hoor je je buurman roepen: ‘Bah, wat ‘ne sjöddeköl sjinke ze hej!’ dan kun je overwegen om te verkassen naar een ander terras. Sjöddeköl betekent namelijk slappe koffie. En dat moeten we niet hebben! We vonden dit woord op de Facebookpagina van ‘Visit Maastricht’ waar ze iedere week een ander woord uit het Maastrichtse dialect delen.

5. Gebbetje!

Gebbetje is het Amsterdamse woord voor ‘grapje’. Bedenk er een ondeugend Amsterdams straatjochie bij, en het beeld is compleet. Het woord is afgeleid van het werkwoord ‘gabben’, dat plagen of gekheid maken betekent.

Holland Nederlandse dialectwoorden

6. Kaassie

De stad Rotterdam staat bekend om zijn nuchtere insteek en harde werkersmentaliteit. Dus het komt nogal eens voor dat een klusje geklaard is, en dan zegt men: Da’s Kaassie. Dan is het dik voor mekaar!

7. (Agtelijke) glittergladiool

Het Utrechtse stadsdialect klinkt zo plat, dat veel mensen betwijfelen of niet gewoon ordinair is. Als ze in Utreg spreken over een glittergladiool, bedoelen ze daar een discobezoeker mee.

8. Kop verkeerd staan

In Twente winden ze er geen doekjes om. Als bijvoorbeeld iemand chagrijnig is, dan zeggen Twentenaren: hij heeft echt de kop verkeerd staan.

9. Kraomschudden

In de tijd waar het de normaalste zaak van de wereld is om je grote liefde online tegen te komen, zou het natuurlijk zomaar kunnen zijn dat je (klein)dochter thuiskomt met een leuke knul of meid uut Drenthe. Dus, wil het toeval dat je in de toekomst daar op kraambezoek, zeg dan dat je gaat ‘kroamschudden’.

10. Witte tonnie!

Sommige dingen zullen we nu eenmaal nooit kunnen voorspellen of weten. Als er in Brabant aan een atheïst wordt gevraagd of er leven bestaat na de dood, antwoordt hij met: Witte tonnie! (Letterlijke vertaling: dat weet je toch niet.)

11. Babbelegûchjes

Ga toch weg met je babbelegûchjes, zeggen ze in Friesland wanneer iemand moet stoppen met rare fratsen uithalen of smoezen bedenken. De Friezen zijn een nuchter volk. Wanneer je ‘ja’ zegt, moet je ook ja doen.